De perspectiefnota is bij uitstek het document waarmee de koers voor de komende jaren op hoofdlijnen wordt bepaald. Binnen de kaders van deze nota werkt het college de begroting voor 2027 en de meerjarenramingen voor 2028 - 2030 verder uit. Dit betekent dat ook de risico’s op hoofdlijnen worden geschetst. De verdere uitwerking en verwerking in het risicomanagementsysteem vindt plaats tijdens het begrotingsproces. Dan bepalen we ook welk bedrag nodig is als weerstandscapaciteit.
Hieronder worden de belangrijkste risico’s zoals die momenteel bekend zijn toegelicht.
Jeugd
De uitgaven voor Jeugdzorg blijven een belangrijk financieel aandachtspunt voor de gemeente. In de Voorjaarsnota 2026 heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten tot en met 2027, waarmee de financiële druk op de korte termijn wordt verlicht. Deze middelen bieden ruimte, maar hebben grotendeels een tijdelijk karakter.
De Jeugdhulp is een open eind regeling. Hierdoor blijft het moeilijk om de uitgaven volledig te beheersen en nauwkeurig te ramen. Daarnaast wordt steeds meer ingezet op een integrale en gezinsgerichte aanpak. Deze aanpak kan effectiever zijn, maar het duurt vaak even voordat de effecten zichtbaar worden in de begroting.
Voor het begrotingsjaar 2027 blijft Jeugd daarom een risico met een potentieel hoge financiële impact. Via de reguliere P&C‑cyclus wordt de ontwikkeling nauwlettend gevolgd en waar nodig bijgestuurd.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Ook binnen de Wmo is sprake van een open‑eindregeling, waardoor de uitgaven afhankelijk zijn van het aantal en type indicaties. Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing, blijven van invloed op de vraag naar ondersteuning.
Het Rijk stelt aanvullende middelen beschikbaar voor de Wmo, onder andere voor demografische ontwikkelingen. Deze middelen dragen bij aan het dempen van de financiële druk, maar nemen de onzekerheid over de uitgavenontwikkeling niet volledig weg. Herbeoordelingen van indicaties en beleidswijzigingen kunnen effect hebben op zowel het volume als de kosten. Daarnaast is de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage uitgesteld tot 1 januari 2028. De geplande uitname uit het gemeentefonds van in 2027 wordt daardoor teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2028.
Personele frictiekosten
Jaarlijks heeft de organisatie te maken met incidentele en moeilijk voorspelbare kosten als gevolg van vervanging bij ziekte, langdurig onvervulbare vacatures en kosten samenhangend met mogelijke uitkeringslasten. In de begroting is hier gedeeltelijk rekening mee gehouden. Ontwikkelingen gedurende het begrotingsjaar kunnen leiden tot extra financiële druk op de reguliere exploitatie.
Nieuwe beleidsvoornemens
Deze perspectiefnota vormt het financiële vertrekpunt voor de periode waarin de nieuwe gemeenteraad zijn richting bepaalt. Er is in deze fase gekozen voor een voorzichtig financieel kader. Dit biedt ruimte om toekomstige beleidskeuzes zorgvuldig af te wegen tegen de beschikbare middelen en de uitvoeringscapaciteit van de organisatie.
Nieuwe beleidsvoornemens en bijbehorende financiële consequenties worden, zodra deze concreet zijn, afzonderlijk aan de raad voorgelegd.